Jan Bettgens - Mannen in Ontwikkeling

Ga naar de inhoud

De combinatie van modaliteiten
van gestalttherapeut Jan Bettgens, een beschouwing door Paul van Beuzekom.

Gecertificeerd gestalttherapeut
Jan Bettgens is gecertificeerd gestalttherapeut; opleiding MultiDimens. Al tijden voelt hij zich geen gestalt­therapeut meer. De gestalttherapieopleiding  heeft hem wel een zeer stevige ervaringsgerichte en theoretische basis gegeven. Jan voelt zich eerder ECP-therapeut, omdat hij een persoonlijke stijl van therapie heeft ontwikkeld waar gestalttherapie onderdeel van uit maakt. Een van de uitgangspunten van de gestalttherapie is dat de som meer dan het geheel is van de delen. Naast zijn basisopleiding heeft hij o.a. in zijn pakket: groepsdynamica, systeem- en familieopstellingen, psychodrama, psycho­synthese, relatietherapie, lichaamsgerichte therapie, een 2-jarige training  sexual groundingtherapy, werken met pessot, de karakterstructuren en de  polyvagaal theorie.

Doe therapie
Binnen de gestalttherapie zijn er verschillende stromingen ontstaan. Jan is aanhanger van de stroming die gericht is op het ervaringsgerichte beleven  waarbij er gewerkt wordt met allerlei werkvormen die de cliënt uitnodigen in de beweging te beleven waar het om gaat. Jan noemt daarom zijn vorm van therapie eerder een doe-therapie dan een praattherapie: leren door te ontdekken.

Sexual Grounding Therapy
De training sexual grounding therapy is een combinatie van veel therapievormen. Het is zo mooi dat Jan ze allemaal herkent en ziet hoe prachtig ze elkaar aanvullen. Het helpt hem als therapeut de samenhang te zien, te schakelen van de ene naar de andere vorm en te switchen van ingang. En het helpt hem helder en zorgvuldig de cliënt mee te nemen in zijn interventies zodat zij echt samen op onderzoek kunnen gaan. Die samenwerking is voor Jan van groot belang. Dat geeft helderheid, zorgvuldigheid en veiligheid in de werkrelatie. Omdat Jan veel met, in hun jeugd getraumatiseerde, mensen werkt (die dus allemaal onveilige situaties hebben meegemaakt) en hij vanuit de gestalttherapie voortdurend op de contactgrens werkt, is die veiligheid zo belangrijk.

Polyvagaal theorie
De polyvagaal theorie  heeft Jan geleerd dat vechten, vluchten en bevriezen niet op een hoop gegooid moeten worden.
Bevriezen stamt uit onze vroegste ontwikkelingstijd dat we nog slechts een hersenstam hadden. Deze bevriezingsreflex wordt actief bij doodsangst en levensbedreiging, en resulteert in “geen beweging”. In therapie vraagt dit om er naartoe te ademen, oefenen om ‘erbij’ te blijven, en oefenen in het contact maken van de beleving, zodat de bevriezing weer kan smelten.
Vechten en vluchten zijn bewegingsreflexen op onveiligheid en bedreiging. Deze stammen uit een jongere evolutieperiode. Deze vragen te oefenen in het bij de beleving blijven, te zien welk verhaal de beleving vertelt en welk narratief past.

Klachtgericht of zijnsgericht?
Jan maakt in de zorg een belangrijk onderscheid. Er is klachtgericht werken, wat zich beperkt tot het verhelpen van de klachten. Dat doe hij niet. In zijn werk gebruikt hij klachten wel als ingang, op zoek naar de pijn en het ‘zijn’. Gericht op de vraag: hoe kan ik in het contact ‘mezelf’ zijn. In zijn persoonlijke zoektocht naar zichzelf heeft  Jan gemerkt dat hij niet weet wie hij is. Dat hoeft hij ook helemaal te weten. Maar wel dat het belangrijk is of wat hij doet klopt met wat hij voelt en ervaart. Jan ervaart een soort innerlijke constante, dat zich in elk ander contact anders kan tonen. Wel telkens vanuit hetzelfde zijn, hetzelfde wezen. Dat is wat Jan zijnskwaliteit noemt. Zijn ziel is waarneembaar aanwezig in contact. Jan maakt in zijn therapie onderscheid tussen emoties als uitingsvormen, gevoel als geraaktheid en beleving, en de pijn van het niet gezien en niet gehoord worden. Deze pijn veroorzaakt barsten en beschadiging van de ziel, die belemmerend werken op het denken, emoties en fysieke belevingen. En essentieel in zijn werk is de vrijheid geven om er te laten zijn wat er is. Hoe geeft Jan die vrijheid eigenlijk? Door er met zijn zijnskwaliteit, met zijn ziel, erbij te blijven. En samen met de cliënt op de contactgrens te blijven en te balanceren. Te kijken of er balans is tussen de 4 communicatiekanalen. Als Jan zijn zielskwaliteit niet kan behouden, trekt hij zichzelf als therapeut op de contactgrens terug, en vervalt hij in behandeling van klachten. Dan gaat hij vakinhoudelijke trucjes inzetten, zonder in verbinding te blijven. Dat is niet Jan zijn stijl. Als Jan vanuit zijn zijnskwaliteit op de contactgrens blijft, kan hij zich eenvoudig laten leiden door wat hem wordt ingegeven.

Het goede of het goddelijke??
Heeft zijnskwaliteit met spiritualiteit te maken? Jan maak een onderscheid tussen twee vormen van spiritualiteit. De vorm die niet bij Jan past, gaat ervan uit dat wij mensen een projectie van God buiten ons nodig hebben waar we ons aan vast kunnen houden. Dit roept een levenshouding op waarbij onze aandacht vooral gericht wordt naar een houvast buiten ons. Jan heeft wel wat met spiritualiteit die vraagt de god in jezelf te leren herkennen. Deze nodigt uit tot het laten groeien van je zijnskwaliteit, tot handelen in overeenstemming met de ingevingen van de ziel.
Jan vindt het overigens schrijnend om te zien dat veel zogenaamde spirituele diensten als zen, mindfulness en yoga sterk vercommercialiseerd worden.

Fasen levensloop van de mens                             
En heeft zijnskwaliteit met leeftijd te maken? Er worden in de fasen van levensloop van mensen onderscheid gemaakt in de fase van 0 tot 24 jaar, van 24 tot 65 jaar en vanaf 65 jaar. Elk van de fasen kent zijn eigen problematiek. In de eerste fase nemen we veel en geven we wel maar vooral onbewust. In de eerste helft van de 2e fase leren we ons verhouden met de wereld en hoe we onszelf daarin positioneren. We zijn daarin vooral gericht op wat we kunnen bereiken, met veel aandacht naar buiten. Met enerzijds op zoek naar successen en bevestiging en trots, en anderzijds ook radeloosheid, taboes en depressie en flink willen zijn. Halverwege de 2e fase komen we in de midlife-periode waarin we ons gaan afvragen of dat het leven is waar we van gedroomd hebben. Waar we, als we 65 zijn, tevreden en gelukkig op terug kijken. Deze periode maken we staat op en kunnen we ons leven onze eigen richting gaan geven. Daar zijn we vervolgens van ongeveer 45 tot 65 jaar mee bezig. In deze periode kan de zijnskwaliteit pas echt gaan groeien. En vanaf het begin van het pensioen komt de vrijheid om helemaal te investeren in zijnskwaliteit en wijsheid. Ondersteund door de hormoon-verandering die zowel bij mannen als vrouwen de zachte eigenschappen ondersteunt, wat te merken is aan de zachtaardigheid van opa’s en oma’s. In deze laatste fase kunnen we  pijn dragen zonder dat de oude beschermingsreflexen ons daartegen behoeven te beschermen.

Paul van Beuzekom
Gestalttherapeut 'Op Eigen Koers'
november 2023






Soms, al dromend kan ik vliegen
en al vliegend ben ik vrij.
Niets te willen.
 Niets te weten.
Niets te moeten
dan er zijn.
 Onder mij zie ik het stromen
 in een zuiver perspectief.
Boven mij een onafzienbaar
peilloos diep, onpeilbaar niets.
Soms, al wakend kan ik voelen
als een vogel in mijn droom.
Hoe het is om niets te hoeven
en te zien hoe alles stroomt.

Jules Deelder

       






Terug naar de inhoud